zondag 26 juli 2009

TV5….continué

De actie voor terugkeer van TV5 legt de vinger op de ‘zere plek’: kabeltelevisie is een commerciele operatie. Het is geen nutsvoorziening (meer). Nadat gemeenten de kabelbedrijven eerst hadden verzelfstandigd, zijn ze inmiddels overal verkocht aan commerciele partijen, zoals UPC. Dat betekent dat de samenstelling van het assortiment zenders een commercieel proces is geworden. Gemeenten hebben hier net zo weinig over te zeggen als over het assortiment van de supermarkten. Uniek aan de situatie is echter dat in de mediawet is vastgelegd dat gemeenten een programmaraad moeten instellen die zorg draagt voor de samenstelling van het zogenaamde ‘pluriforme wettelijke basispakket’ van 15 zenders. Waarvan in dezelfde mediawet dan ook weer wordt bepaald dat nederlandstalige landelijke (dus ook de Vlaamse zenders), regionale en lokale publieke zenders verplicht deel moeten uitmaken van dat basispakket. De idee was dat op deze manier de consument beschermd kon worden tegen het monopolie van de kabelmaatschappij. De programmaraden zouden dan kunnen worden opgeheven zodra er ‘volledige concurrentie’ zou zijn die de consument ‘vrije keuze’ zou bieden. Een situatie waar nu, volgens de kabelmaatschappijen, sprake van is. Consumenten blijken daar anders over te denken. Zij zien de analoge kabel nog steeds als dxe9 manier om televisie (en in mindere mate radio) te ontvangen. En dat leidt tot van tijd tot tijd tot spanningen, zoals nu rond TV5 en in het verleden rond TVE (Spaans), MBC (Arabisch) en TRT (Turks). Om ruimte te maken voor het digitale pakket heeft UPC het analoge pakket technisch en commercieel teruggebracht tot 30 populaire (was bijna 40) televisiezenders en dat betekent automatisch dat er geen ruimte (meer) is voor alle zenders die technisch gezien doorgegeven zouden kunnen worden. En de keuze welke zender dan wel wordt doorgegeven wordt door UPC op commerciele gronden gemaakt, Aan de programmaraden rest vooralsnog de ondankbare taak om binnen hun uiterst beperkte bewegingsruimte keuzes te maken. Het basispakket van 15 zenders (waarvan er dus 7 verplicht zijn!) moet namelijk aansluiten bij de ‘in de gemeente levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften en met de onder de bevolking levende voorkeuren’. Een ‘recht’ van xe9xe9n zender per groep ‘buitenlanders’ valt hier – met alle respect – niet mee te rijmen. Het honoreren hiervan leidt immers automatisch tot een situatie waarbij er een basispakket ontstaat dat niet (meer) aansluit bij dat wat de mediawet bepaalt. Als de actievoerders werkelijk iets willen bereiken, adviseer ik ze ganser harte om hun pijlen niet op de programmaraad (en al helemaal niet op de gemeente die hier uberhaupt niets meer mee te maken heeft) te richten maar op degene die verantwoordelijk is voor het kader waarbinnen die programmaraad moet opereren: de landelijke politiek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten