vrijdag 19 november 2010

Waarom ik meeschreeuw om cultuur


Natuurlijk is het goed dat bij bezuinigingen alle sectoren tegen het licht worden gehouden. De kunst- en cultuursector vormt daarop geen uitzondering. Daar kan ook kritisch worden gekeken naar subsidiestromen. Die subsidies worden uiteindelijk door de belastingbetaler opgehoest. En als er één sector in Nederland is die bij tijd en wijle minachting heeft getoond voor die belastingbetaler, is het de cultuursector wel. Maar dat terzijde. Er zijn voor mij twee belangrijke redenen om mee te schreeuwen om cultuur. De eerste is een filosofische. De overheid hoort zich af te vragen op welke terreinen en met welke doeleinden publiek geld moet worden aangewend. Dat kan zijn omdat er sprake is van marktfalen, maar ook omdat iets dusdanig van belang is dat ervoor gezorgd moet worden dat het voor iedereen toegankelijk is, zoals onderwijs. Het kabinet denkt dus dat de cultuursector óf de eigen broek op kan houden óf vindt kunst en cultuur niet van voldoende belang om er overheidsgeld aan te besteden. Ik denk daar anders over en vind de omvang van de bezuinigingen bovendien opmerkelijk als gekeken wordt naar het belang dat kennelijk gehecht wordt aan de sportsector en het geld dat daarin wordt geinvesteerd. Een sector die aanmerkelijk meer mogelijkheden heeft om op eigen benen te staan. Is er dan toch sprake van een 'grote afrekening' vanwege die eerder genoemde minachting? Ik hoop van niet. De cultuursector is de afgelopen jaren in rap tempo verzakelijkt en levert een grote bijdrage aan de economie. En dat brengt mij op de tweede reden om te gaan schreeuwen. Steden met veel cultuur zijn niet alleen populaire en leefbare woonsteden, ze doen het ook economisch beter. Haarlem is daar een goed voorbeeld van. Cultuur en economie gaan er – mede dankzij de inzet van de VVD en de tomeloze inzet van de podia in onze stad – hand in hand. En dat wil ik graag verdedigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten