dinsdag 11 juli 2017

Haarlem aan de slag met integrale kindcentra

Dankzij een motie die ik namens de VVD samen met D66 indiende tijdens de behandeling van de kadernota gaat Haarlem in het belang van de optimale ontwikkeling van kinderen voortvarend aan de slag met het ontwikkelen van een visie op integrale kindcentra. Dat gaat gebeuren samen met de lokale partners zoals kinderopvangondernemers,  organisaties voor peuterspeelzalen, het CJG, het basisonderwijs en ouders. De gemeente neemt een sturende rol op zich en moet de uitvoering van de visie ondersteunen vanuit bijvoorbeeld sport, Jeugdzorg, welzijn, cultuur en mediawijsheid. De motie werd nagenoeg door de hele gemeenteraad gesteund. 

Met deze motie is een belangrijke duw in de goede richting gezet. Het College van Burgemeester en Wethouders benaderden Kindcentra tot nu toe niet heel veel anders dan wat we eigenlijk een 'Brede School' noemen. Oppervlakkig gezien lijken de verschillen tussen een IKC en een Brede School misschien niet zo groot, maar de betrokkenen ervaren wel degelijk verschillen. In het concept van de Brede School blijft de school centraal staan en wordt ander aanbod rondom de visie en de tijden van de school georganiseerd; in een IKC gaat men uit van een integrale en interdisciplinaire aanpak waar naast de school ook andere aanbieders , zoals de kinderopvang en het CJG deel van uitmaken. Dat betekent nu dat er niet alleen door ambtenaren en scholen aan de Kindcentra wordt gewerkt maar met alle betrokken partijen,  waaronder - verreweg het belangrijkste - de ouders. 

vrijdag 21 april 2017

Uitglijder over een haringkar

Als er iets is dat de overheid hoog in het vaandel moet hebben staan is het wel zorgvuldigheid. Burgers moeten kunnen vertrouwen op de overheid. En binnen de overheid moet bijvoorbeeld de gemeenteraad kunnen vertrouwen op de informatie die de wethouders geven. De gemeenteraad controleert immers die wethouders. 

De VVD Haarlem heeft helaas moeten vaststellen dat wethouder Sikkema niet zorgvuldig is geweest als het gaat om de herinrichting van de spaarnekade aan de Friese Varkenmarkt. Op die kade staat namelijk al bijna honderd jaar een viskraam. Toen de aannemer begon met het werk leek die viskraam wel bijna vergeten. Tom Poes verzon een list en zette de viskraam een paar meter naar achteren. Probleem opgelost. Voor even. Want de viskraam kwam daarmee nagenoeg tegen een woonboot te staan. Dat levert niet alleen een brandgevaarlijke situatie op maar verzet van de bewoner van die woonboot, die zich bij de gemeente meldde met haar zorgen en klachten. Met een stroperigheid van jewelste werden die zorgen en klachten behandeld. De bewoner vond het allemaal te lang duren en richtte zich tot de Nationale Ombudsman. Die vroeg een reactie aan de gemeente. Geheel in lijn met de onzorgvuldigheid die we al zagen, kreeg de Ombudsman te horen dat er een oplossing was gevonden. Case closed, zou je zeggen. 

Maar niets was minder waar. Die oplossing was er namelijk helemaal niet. Er zijn wel een paar oplossingsmogelijkheden, maar die moesten allemaal nog nader onderzocht worden en overlegd worden met de viskraam, de bewoner van de woonboot en andere betrokkenen die daar bovendien ook nog eens aan mee moeten willen werken. 

Grote afwezige in het hele verhaal was de wethouder, die ook nog eens de schuld van de situatie naar de gemeenteraad probeerde te schuiven. Het was die gemeenteraad, immers, die het zebrapad had willen behouden.  En ja, dat betekende natuurlijk wel dat er parkeerplaatsen moesten verdwijnen en er niet zoveel plaats meer was voor de viskraam. En ja, er wordt gewerkt aan een oplossing maar dat zou nog wel eens tot november kunnen duren.  

De VVD Haarlem is het met deze gang van zaken niet eens. Ten eerste had de wethouder de gemeenteraad beter moeten informeren dat het behouden van het zebrapad zulke grote gevolgen had. Ten tweede mag het nooit zo zijn dat de gemeente onwaarheden verkoopt aan wie dan ook,  de Nationale Ombudsman incluis. Ten derde had de wethouder zich veel actiever moeten opstellen in het oplossen van de problemen en al in een veel eerder stadium haar bestuurlijke verantwoordelijkheid moeten nemen om met de betrokken partijen aan tafel te gaan en tot een zorgvuldige oplossing te komen die recht doet aan alle belangen. Daar ben je wethouder voor. En ten vierde kan het natuurlijk niet zo zijn dat er willens en wetens een brandgevaarlijke situatie in stand wordt gehouden.  

De wethouder heeft beloofd om voor half mei naar de gemeenteraad terug te komen.  De VVD Haarlem wacht dit met ongeduld af maar zal niet aarzelen om de wethouder op haar onzorgvuldigheid aan te spreken en de gemeenteraad voor te stellen de wethouder een opdracht te geven hoe ze dit tot een goed einde moet brengen  Vooralsnog is ze flink uitgegleden over de haringkar. 

zaterdag 25 maart 2017

Versnelling duurzaamheidsprogramma vereist zakelijkere aanpak

Haarlem wil de verduurzaming van de stad versnellen. Een mooi streven. De vraag is echter hoe we dat verkopen. Klimaat en verduurzaming is minder ‘sexy’ dan de Groene idealisten veronderstellen. Als we de ambitie waar willen maken moet er meer gebeuren dan in een tent op de Grote Markt vertellen dat koken op inductie ‘echt wel oké is’.

De boeiendste constatering van 2016 kwam namelijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Slechts 2 procent van de bevolking noemt spontaan woorden als ‘klimaat’, ‘(groene) energie’ of ‘duurzaam’ als gevraagd wordt naar de grootste maatschappelijke problemen. De overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energie, zegt het SCP, is geen urgent vraagstuk in de publieke opinie.

Klimaat en dergelijke zou je het assortiment van Marqt kunnen noemen in het scala van supermarktproducten waar de Haarlemmer uit kan kiezen. Hip en alternatief maar niet te. Groen is charmant en vooral goed voor jezelf. Eigen gezondheid en imago eerst, dan de planeet want dat is toch een stuk abstracter. Eerder groene smoothies dan een extra trui aan en de thermostaat op achttien graden.

Duurzaamheid is een kosmopolitisch onderwerp omdat het gaat over verantwoordelijkheid jegens anderen, elders en straks. Die verantwoordelijkheid ligt bij alle betrokkenen. Hoe krijgen we niet alleen Henk en Ingrid, maar ook Mahmoud en Fatima zover dat ze extra willen investeren voor energiebesparing en op inductie gaan koken? Dat kan alleen door te laten zien dat je portemonnee werkelijk iets heeft aan ‘groen’.

Het groen is er niet voor de elite maar voor de toekomst van iedereen en begint nu en het komt niet vanzelf goed. Vergroenen is minstens zo ingewikkeld als de transitie in het sociale domein. Daarom was ik ook blij met de uitspraken van de nieuwe VVD burgemeester van Den Haag dat het onderwerp klimaatverandering hoort bij de stad van vrede en recht. Dat onderwerp hoort ook bij onze stad. Daarbij is een grote valkuil. En dat is dat het beleid gebouwd wordt op een romantische idealisering van een nieuwe samenleving.

De VVD Haarlem kan goed uit de voeten met ambities van het collega, maar de uitwerking ademt in z'n algemeenheid teveel de eerder genoemde romantische idealisering van de samenleving uit. Als we deze ambitie 2040 willen realiseren is een stevigere aanpak nodig om de burgers van Haarlem mee te krijgen. Met de boodschap dat koken op inductie wél oké is en een tent op de Grote Markt komen we er niet om de 98% die ‘klimaat’, ‘(groene) energie’ of ‘duurzaam’ NIET noemen mee te krijgen in deze ambitie.


vrijdag 5 juni 2015

COC Kennemerland solidair met haar voorlichter Jeroen Boer


Gisteren maakte de fractie van de VVD in de gemeenteraad van Haarlem bekend dat fractielid Jeroen Boer slachtoffer is van discriminatie op grond van zijn geaardheid. COC Kennemerland (waar ik bestuurslid van ben) kent Jeroen, behalve als raadslid, als één van haar gewaardeerde voorlichters. Het is bijzonder wrang dat juist iemand die openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uitkomt en strijdt tegen discriminatie op deze manier bejegend wordt. Het illustreert immers de bittere noodzaak van dit belangrijke werk. Jeroen is in staat om zich te verweren en actie te ondernemen, daarbij gesteund door zijn netwerk. Dat geldt helaas niet voor iedereen. Het COC Kennemerland toont zich daarom niet alleen solidair met Jeroen maar met iedereen die wordt geconfronteerd met discriminatie.

vrijdag 2 mei 2014

Met je burgerinitiatief onder je arm

In hun recente boek Decentraal, de stad als sociaal laboratorium stellen Nico de Boer en Jos van der Lans dat ‘in Nederland is iets eenvoudigs organiseren zo ongeveer het moeilijkste wat er is’. Ze duiden daarmee op belemmeringen in regelgeving, ambtelijke bureaucratie of politieke onmacht die wijk- en buurtinitiatieven tegenkomen. Belemmeringen die ook worden ervaren door Corgo sos in Den Haag. Deze organisatie loopt – ondanks welwillendheid van alle betrokkenen – tegen een situatie aan waarbij ontwikkeling en uitvoering van beleid elkaar kruisen.

Corgo sos (sociaal, ondernemend, solidair) is een burgerinitiatief opgericht vanuit de idee om alleenstaande, allochtone, vrouwen en moeders die rond de armoedegrens leven, op eigen initiatief weer meer plezier in het leven willen hebben. Corgo sos ondersteunt hen van harte om weer ondernemend te worden. De tweedehands winkel van Corgo is bedoeld als een laagdrempelige ontmoetingsplek. Doelstelling is om met de inzet van vrouwen/moeders de opbrengst van de winkel, na aftrek van alle kosten, te gebruiken voor ondersteunende activiteiten voor deze vrouwen/moeders.
De winkel staat dus centraal in het concept van Corgo sos. En dat betekent dat de beschikking over een winkelpand essentieel is. Niet alleen voor het functioneren van het concept, maar ook voor het aantrekken van fondsen. Zo heeft de organisatie een toezegging van de regionale goede doelen stichting Fonds1818, maar die kan niet verzilverd worden zolang er niet over een permanente locatie beschikt kan worden. En daar wringt nou precies de schoen.

Corgo sos startte in een pand dat van de gemeente Den Haag gehuurd werd. Diezelfde gemeente die laaiend enthousiast is over het initiatief omdat het bijdraagt aan een groot aantal doelstellingen op sociaal gebied. De locatie moest echter verlaten worden, omdat vanuit beleidsontwikkeling onroerend goed een hogere huur gevraagd werd. Er zat dus niets anders op dan verhuizen naar een ander pand. Corgo sos zit nu antikraak met een opzegtermijn van twee weken. En dat betekent dus dat de initiatiefnemers en de vrijwilligers elk moment te horen kunnen krijgen dat ze hun burgerinitiatief weer onder hun arm mogen meenemen. Iets eenvoudigs organiseren is inderdaad zo ongeveer het moeilijkste wat er is. Daar moet verandering in komen. Dit soort initiatieven verdient het – een mooie taak voor de nieuwe gemeenteraden en – besturen.

woensdag 26 maart 2014

Afscheid van de gemeenteraad

Mijn binnenkomst in de gemeenteraad in april 2009 was onverwacht, maar weloverwogen. Ik ging ervoor. Geen stoel warmhouden maar een bijdrage leveren.
Mijn vertrek uit de raad in maart 2014 is ook onverwacht. En niet weloverwogen. Het overkomt me. En ik vind het ontzettend jammer. Ik zou graag de komende vier jaar ook nog een bijdrage leveren. Het sociale domein gaat me aan m'n hart en we staan voor belangrijke keuzes.
Maar goed, als je niet kan incasseren moet je niet in de politiek gaan.
En deze incasseer ik.
Voor nu rest mij een terugblik op een mooie, leerzame tijd die gemaakt werd door de samenwerking met bijzondere mensen. In mijn fractie en daarbuiten.
Het gaat jullie allen goed.

donderdag 13 maart 2014

Inzicht in financiën sociaal domein en zorg is wel degelijk mogeijk

Vanaf januari 2015 wordt de gemeente Haarlem verantwoordelijk voor een groot deel van de zorgtaken die nu door het Rijk worden georganiseerd. De gemeente krijgt daar weliswaar geld voor, maar het Rijk bezuinigt ook. Voor de VVD is dat geen reden om op de handen te gaan zitten.

Namens de VVD diende ik daarom in de raadsvergadering van 13 maart een motie in die het college opdraagt om zo snel mogelijk met een doorrekening te komen op basis van de cijfers die we nu al hebben.

Ik realiseer me dat het weliswaar tot ver in 2014 duurt voordat er definitieve cijfers beschikbaar zijn, maar stel ook vast dat het prima mogelijk is om op basis van historische gegevens en voorlopige cijfers van het Rijk een begroting op te stellen. Die zal weliswaar vaak moeten worden bijgesteld, maar het gaat erom dat we als gemeenteraad ook op de centen kunnen. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat burgers die zorg nodig hebben ook zorg krijgen.

Volgens mij is het mogelijk om de huidige kosten in kaart te brengen, in te schatten wat er straks binnenkomt en financieel door te rekenen wat de effecten zijn van het nieuwe beleid van de gemeente Haarlem. Op basis daarvan weet je of je genoeg gedaan hebt of nog meer moet doen. Het college doet nu net alsof het een soort doos van Pandora is en dat leidt alleen maar tot onzekerheid.

donderdag 20 februari 2014

'Eindelijk is de jeugdzorg in de vertrouwde handen van de gemeente Haarlem'

Gisteren vond in De Pletterij een debat over de Jeugdzorg plaats. Namens de VVD reageerde ik op de stelling 'Eindelijk is de jeugdzorg in de vertrouwde handen van de gemeente Haarlem' :

Het vertrouwen in de gemeente begint met het door de gemeente vertrouwen in het vakmanschap van medewerkers in de jeugdzorg. Deze transitie biedt de kans om de jeugdzorg een andere koers te geven: minder nadruk op regels en veiligheid op papier, en meer op een menselijk ingerichte jeugdzorg: ‘instrumenten managen geen risico’s, mensen managen risico’s’. Wat dus belangrijk is, is vertrouwen in het vakmanschap van medewerkers in de jeugdzorg. Dat wil niet zeggen dat we geen zorgen hebben. De drie belangrijkste: 
  1. De privacy: de gemeente mag niet in uw gegevens graaien
  2. Wie zorg nodig heeft moet zorg krijgen: maatwerk mag geen willekeur worden
  3. Vermijd de risico/regelreflex: aanvaard dat niet alle risico's uit te sluiten zijn, wees bereid te leren en te verbeteren.  
Zie ook mijn vorige blog over de veranderingen in de zorg waarin ik negen dilemma's schets.

donderdag 23 januari 2014

Veranderingen in de zorg: een zware taak voor de nieuwe gemeenteraad

Dat er de komende tijd veel gaat veranderen in de zorg (jeugdzorg, AWBZ, Wmo) is een understatement van jewelste. Toch begin ik deze blog ermee: er gaat veel veranderen in de zorg. Veel zaken die nu door het Rijk worden georganiseerd komen naar de gemeentes toe. Dat leidt dus logischerwijs tot veel discussie over hoe we daar mee om moeten gaan.

Ik vind het belangrijk dat we in al die discussies de uitgangspunten van de zogenaamde 'transities' niet mogen vergeten. Het zijn er drie. Ze zijn gericht op verandering van de manier waarop de overheid burgers die behoefte hebben aan ondersteuning benadert. 

  1. Van vangnet naar springplank: begin met wat de burger wél kan. En biedt ondersteuning om dat wat niet gaat op de rit te krijgen.
  2. Dicht bij huis: organisatie zoveel mogelijk op lokaal niveau. De gemeente kent de structuur, voorzieningen en cultuur in de stad immers het beste.
  3. Voorkomen in plaats van genezen: investeer in preventie en voorkom een beroep op dure zorg.
En wat er de komende maanden ook gaat gebeuren in de uitwerking van deze uitgangspunten, de trein – die overigens al jaren geleden vertrokken is – rijdt. En de volgende halte is naar alle waarschijnlijkheid 1 januari 2015. De contouren van het station zijn al zichtbaar. En natuurlijk pak je dan vast je spullen bij elkaar en zorg je dat je voorbereid bent voor die stop. En daar heeft de gemeenteraad in Haarlem vandaag een belangrijk besluit over genomen. We hebben afgesproken hoe we ons straks gaan organiseren als de trein stopt. En nee, we weten nog niet precies op welk perron en hoe laat. Maar hij stopt wel. En tot die tijd hebben we nog een aantal dingen waar we over na moeten denken. Ik noem het mijn van negen dilemma’s.

Dilemma 1: Niet blindstaren op bezuinigingen. De gemeente wordt risicodragend voor de uitvoering van taken en krijgt daarmee een prikkel om doelmatigheid en kwaliteit af te wegen tegen de kosten. Dat betekent dat we ook kunnen beknibbelen op zorg en dat degene die zorg en ondersteuning nodig hebben die niet voldoende krijgen. Wie zorgt nodig heeft, moet zorg krijgen.

Dilemma 2: Privacy en het gebruik van informatie. Een goede informatievoorziening is essentieel voor het (vroeg)signaleren van risico’s in de dienstverlening. Bovendien kunnen burgers die goed zijn geïnformeerd hun eigen mogelijkheden om zorg te organiseren beter vormgeven. Sociale wijkteams kunnen met één systeem efficiënter werken. Het is echter niet uitgesloten dat bepaalde informatie in de praktijk wel beschikbaar is maar niet gebruikt mag worden. Er is een grens aan hoe ver de gemeente kan gaan in het verzamelen en gebruiken van informatie over iemands sociale omgeving.

Dilemma 3: Niet alleen focussen op transitie. Het gaat om transformatie. De transitie leidt de transformatie in. Die is gericht op het realiseren van de beoogde inhoudelijk effecten: ander gedrag van professionals en burgers, andere cultuur, andere werkwijzen en vooral het anders met elkaar omgaan tussen burgers, professionals, instellingen en gemeenten. Het is van belang dat dit doel niet uit het oog wordt verloren en alleen te focussen op transitie. Dat is niets meer dan het veranderen van de technische organisatie.

Dilemma 4: De financiele risico's en het overgangsrecht. De overgangsrechten beperken de beleidsvrijheid. Gemeenten worden immers verplicht om bepaalde voorzieningen te (blijven) bieden terwijl het budget wordt gekort. Hoe wordt hierop geanticipeerd?

Dilemma 5: Hoe gaan we sturen op kwaliteit?  Het sturen op kwaliteit gaat verder dan het meten van de kwaliteit. Technische kwaliteitsmetingen kunnen een objectief inzicht bieden. Sturing kan bijvoorbeeld plaatsvinden door boeteclausules op te nemen in de contracten met zorgleveranciers. Deze technische benadering staat echter los van de beleving van de kwaliteit. Daarvoor bestond in de Wmo het klanttevredenheidsonderzoek. In de nieuwe Wmo wordt die vervangen door een klantbelevingsonderzoek.

Dilemma 6: Inzet van collectieve voorzieningen in plaats van individuele. De Wmo maakt onderscheid tussen individuele en collectieve voorzieningen. Die laatste waren bedoeld voor de hele gemeenschap. De individuele waren bedoeld om mensen in staat te stellen deel te blijven nemen aan de samenleving. In de nieuwe Wmo wordt de inzet van collectieve voorzieningen breder. Die kunnen ook worden beschouwd als voorzieningen die mensen in staat stellen deel te blijven nemen aan de samenleving en leveren zo een weigeringgrond op voor een maatwerkvoorziening. Werkt dat?

Dilemma 7: Juridisering. De invoering van de Wmo leert dat de reikwijdte van de compensatieplicht pas duidelijk werd na juridische procedures. De kans is groot dat dat voor de maatwerkvoorziening net zo zal zijn. Immers, wanneer iemand van mening is dat het college hem onterecht geen maatwerkvoorziening verstrekt of de maatwerkvoorziening niet genoeg bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie (of opvang of beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden), dan beschikt betrokkene over de mogelijkheden van bezwaar en beroep. De rechter zal dan toetsen of de gemeente zich gehouden heeft aan de juiste procedures, het onderzoek adequaat is geweest en de voorgestelde ondersteuning passend gegeven de uitkomsten van het onderzoek. Het wetsvoorstel beoogt overigens in opzet procedures van gemeenten en burgers zo veel mogelijk te voorkomen. Uitgangspunt is een proces waarin gemeente en de persoon met een ondersteuningsbehoefte in samenspraak diens situatie in kaart brengen en van daaruit te bezien op welke wijze de zelfredzaamheid en participatie van betrokkene kan worden versterkt. Is dit voldoende geborgd?

Dilemma 8: Hoe de risico/regelreflex te vermijden. Ernstige incidenten in de jeugdzorg komen niet veel voor, maar hebben een grote maatschappelijke impact. Aan de andere kant biedt deze transitie de kans om de jeugdzorg een andere koers te geven: minder nadruk op regels en veiligheid op papier, en meer op een menselijk ingerichte jeugdzorg: ‘instrumenten managen geen risico’s, mensen managen risico’s’. Wat dus belangrijk is, is vertrouwen in het vakmanschap van medewerkers in de jeugdzorg én vroegtijdige en intensieve betrokkenheid van de gemeenteraad. Het is belangrijk om hier tijdig over te spreken.

Dilemma 9: Duidelijkheid over toegang tot specialistische hulp. Uitgangspunt is dat de specialistische ondersteuning betaalbaar is en de kwaliteit en continuïteit geborgd zijn. Dat betekent dat er een structuur moet zijn ingericht waarin iedereen weet waar hij aan toe is: wie mag welk besluit nemen (de professionals) en waar kan je heen als je het niet eens bent met het besluit (de burger).

De nieuwe gemeenteraad heeft een zware taak!

donderdag 28 november 2013

Beter onderwijs door stevigere medezeggenschap

Als je alle discussies over het onderwijs volgt vraag ik me één ding af:  van wie is het onderwijs nou eigenlijk? Van de ouders, de leerlingen, de docenten, de politici of de schoolbesturen? Het antwoord lijkt me duidelijk: het onderwijs is van de ouders, de leerlingen en de docenten. En daarom hebben we medezeggenschap. Maar dat blijkt niet vanzelf te werken.

In juni heeft de Tweede Kamer een belangrijk besluit genomen om de medezeggenschap in het ‘funderend’ onderwijs te versterken. (dat is bobotaal voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs)  Staatssecretaris Dekker heeft beloofd om de Tweede Kamer in het najaar een brief te sturen met maatregelen. Die brief is er inmiddels. Dekker gaat vooral in op allerlei randverschijnselen die we zo mooi ‘governance’ noemen – stichtingen, statuten, besturen, toezichthouders, directeuren en wie wie benoemt.  Ik vind het allemaal prachtig, maar het gaat tot nu toe aan één ding voorbij: het onderwijs is van de ouders, de leerlingen en de docenten. En niet van al die regenten eromheen.
Want wat is er werkelijk aan de hand?
Twintig jaar geleden koos de politiek voor de beweging van  governement naar governance. Niet de regering, maar bestuurders gingen het onderwijs organiseren. Er vormde zich een kaste, een elite, van onderwijsregenten met een eigen ambtelijk apparaat dat beslissingen neemt over loten, klassengroottes, onderwijssystemen, lestijden en het sluiten en stichten van scholen. Elites hebben de neiging zich te vormen naar de ruimte die ze krijgen. De door sommigen verguisde vrijheidsdenker Ralph Milliband schreef ‘That what the Establishment understands, solely understands, is collective and resolute power, in other words oppositional power. It doesn't give a damn about all the rest’.  Het succes van onderwijsregenten is dat ze die collectieve en resolute tegenmacht met schaalvergroting geneutraliseerd hebben. Zij zijn immuun voor wensen van ouders, leerlingen, docenten en politici. Dat maakt de roep om meer toezicht op onderwijsbesturen ook zo kortzichtig. Want hoe houd je toezicht op zelfbenoemde maatschappelijke ondernemers die met belastinggeld hun gang mogen gaan? Scholen zijn controleerbaar, maar megabesturen als Dunamare en Spaarnesant: vergeet het maar (Ik citeer ik hier vrijelijk Ton van Haperen in Onderwijsblad van december 2012 ‘van governance naar government’).

Ik pleit dan ook niet voor scherper of strenger toezicht of het ongedaan maken van de beslissing het op afstand zetten van het onderwijs ongedaan te maken en de politici de dienst uit te laten maken. Integendeel. Ik gun het onderwijs toegewijde en kundige bestuurders die gespecialiseerd zijn in het werk dat ze doen. Een gemeenteraad is dat niet. Die kan de neiging hebben door te slaan naar het andere uiterste en álleen maar te luisteren naar ouders, leerlingen en leraren. Waar ik wel voor pleit is het versterken van de posities van ouders, leerlingen en docenten in het systeem. En dat kan door de medezeggenschap te versterken. En zolang de Tweede Kamer en de regering zich verliezen in discussies of medezeggenschapraden wel of niet het recht hebben om beslissingen waar ze eigenlijk bij betrokken hadden moeten worden al dan niet mogen terugdraaien en of ze daarvoor naar de rechter moeten of een geschillencommissie moeten we dat lokaal doen.
Wat mij betreft komt er in Haarlem een door de schoolbesturen gefinancierde ondersteuning voor ál die ouders, leerlingen en leraren die zich inzetten voor hun school of onderwijsorganisatie. Zodat zij wérkelijk een tegenmacht zijn en ouders, leerlingen en docenten zeker weten dat hun belangen vertegenwoordigd zijn. In tegenstelling tot de situatie nu, waarbij die ouders, leerlingen en docenten zich soms in wanhoop tot de gemeenteraad moeten wenden omdat zij onmachtig zijn en geen tegenwicht kunnen bieden aan de schoolbesturen. Terwijl die gemeenteraad – door eigen toedoen – daar helemaal niets mee kan. Het laatste beetje waar de raad over gaat, het toezicht op de schoolbesturen voor openbaar onderwijs, is namelijk overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders.

In dat opzicht is de reactie van het college op een recent rapport van de Rekenkamercommissie van de gemeenteraad dan ook weinig reëel.  Immers, daar waar de dat rapport duidelijk kanttekeningen plaatst bij de manier waarop het college – of liever: wethouder Nieuwenburg (PvdA) - het toezicht uitoefent en vaststelt dat de gemeenteraad niet kan bijsturen als zich ongewenste ontwikkelingen voordoen, gaat het college daar nauwelijks op in. Dat lijkt het allemaal wel best te vinden. Maar dat is het niet. Wat mij betreft gaat het toezicht daarom terug naar de gemeenteraad tot de medezeggenschap op orde is.

maandag 25 november 2013

Onbeheersbare AWBZ afgeschoven op premiebetaler

Wat in 1968 begon als een voorziening om bejaarden en gehandicapten langdurig van zorg te voorzien, groeide in de loop der jaren uit tot een onbetaalbaar beleid. Veranderingen en moderniseringsslagen, gebrekkige afbakening van definities en drang van politici om zich geliefd te maken bij het electoraat leidden er toe dat de AWBZ failliet ging. Dat meldde Dik Hermans, bestuursvoorzitter van het College voor Zorgverzekeringen in 2010. Hij werd daarin bijgevallen door oud-staatssecretaris Jet Bussemaker, die stelde dat burgers te veel aanspraken konden maken op de AWBZ, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen en huiswerkbegeleiding. In 2011 constateerde het Wetenschappelijk Instituut van het CDA dat de onbeheersbaarheid van de kosten alleen nog maar zou toenemen. De onderzoekers voegden daaraan toe dat in andere Europese landen veel meer verantwoordelijkheid bij mensen zelf werd gelegd.

Langzamerhand groeide het draagvlak voor een ingrijpende herziening van de AWBZ. En een oplossingsrichting lag ook voor de hand: meer verantwoordelijkheid voor de burgers zelf, ondersteuning door de overheid indien nodig. Dit leek wonderwel goed aan te sluiten bij de uitgangspunten van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de kantelingsgedachte én de decentrale uitvoering door de gemeenten. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat in het regeerakkoord van het eerste kabinet Rutte concrete stappen in de richting van ontmanteling van de AWBZ en uitbreiding van de Wmo werden gezet. Die leidden uiteindelijk tot een volledig nieuwe wet (Wmo 2015) die in het najaar van 2013 naar de Raad van State werd gestuurd.

Met de inkt van het wetsvoorstel nog niet droog kwam het kabinet al snel terug op een belangrijk principe. Bij nader inzien zou ‘persoonlijke verzorging’ niet overgaan naar de gemeenten maar naar de zorgverzekeraars. Een grote teleurstelling voor de gemeenten die van mening zijn en blijven dat er een grotere overlap is tussen verzorging en de gemeentelijk georganiseerde ondersteuning (woningaanpassing, dagbesteding, hulp bij het huishouden, inkomensondersteuning) dan tussen verzorging en verpleging.

Los van de vraag of dat laatste ook werkelijk zo is, is het veel relevanter of het een goed idee is om de problematische onbeheersbaarheid van de AWBZ linea recta naar de Ziektekostenverzekering te exporteren. Er is één belangrijk verschil: de financiële consequenties zijn niet meer voor rekening van de belastingbetaler maar voor die van de premiebetaler. Voor het Rijk maakt dat niet veel uit, als de afgesproken bezuinigingen maar worden gehaald. De burger die de ziektekosten zelf moet betalen heeft echter geen enkele keuze. De vreugde over de premieverlagingen van 2014 zou dan ook wel eens van uiterst korte duur kunnen zijn.

dinsdag 19 november 2013

Zorgen over privacy


Opnieuw heb ik grote zorgen over de beveiliging van persoonsgegevens bij de gemeente Haarlem. Aanleiding is een recent rapport van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waaruit blijkt dat maar vier procent van de gemeenten de veiligheid voldoende op orde heeft.  Om de zaak opgehelderd te krijgen heb ik heb daarom schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders gesteld.

Gemeenten kunnen met een paar muisklikken een groot deel van de gegevens zien van bijna iedere Nederlander. Onder andere wat je verdient, waar je werkt, of je schulden hebt, hoe je gezin is samengesteld of welke auto je hebt. Haarlemmers moeten erop kunnen vertrouwen dat de veiligheid van die gegevens gewaarborgd is. Dit soort gegevens mogen alleen worden ingezien voor het doel dat ermee gediend is, zoals een uitkering, en alleen door iemand die daartoe bevoegd is. Dan moet je er bijvoorbeeld voor zorgen dat als iemand met pauze gaat, zijn of haar computer automatisch uitschakelt. Het rapport van het ministerie stelt me op dat punt niet gerust.
 
 
 

woensdag 13 november 2013

Eigen bijdrage voor huiswerkbegeleiding asociaal?

De afgelopen week vond er in de gemeenteraad een wat merkwaardige discussie plaats. Het ging over de huiswerkbegeleiding voor kinderen van mensen met een minimuminkomen. Daar had de  gemeenteraad  - inclusief de VVD - zich al eerder over uitgesproken: 'Voor jongeren maken we in een regeling Onderwijsondersteuning bijlessen en huiswerkbegeleiding betaalbaar. Wanneer ondersteuning gewenst is delen wij in de kosten. Wij kiezen voor het delen in de kosten om mensen te stimuleren vooral ook eerst in hun sociale netwerk naar een passende oplossing te zoeken'. Het was aan PvdA-wethouder Nieuwenburg om hier verder vorm en inhoud aan te geven. Dat deed hij. Maar hij kreeg een groot deel van de gemeenteraad over zich heen, inclusief zijn eigen PvdA-fractie. Een eigen bijdrage voor huiswerkbegeleiding zou niet sociaal zijn. Onder druk gezet door deze wat ongemakkelijke situatie besloot Nieuwenburg ineens tot een noodgreep. De eigen bijdrage wordt om 'doelmatigheidsredenen' niet uitgevoerd. Dat is een slap verhaal. Wij houden Nieuwenburg aan de uitgangspunten van het activerend minimabeleid. Dat is sociaal - zoals Nieuwenburg zélf ook toe moest geven.

maandag 11 november 2013

Kandidatuur voor de gemeenteraad 2014 - 2018: 'kennis & kunde, compassie en continuïteit'


Als liberaal in hart en nieren vind ik verantwoordelijkheid en vrijheid uiterst belangrijk. Verantwoordelijkheid voor het eigen bestaan en welbevinden. Wanneer dit niet zelf gerealiseerd kan worden moeten we helpen. Regie over het eigen leven is daarbij het uitgangspunt. Vrijheid geeft ruimte voor maatwerk, voor eigen regie en om eigen keuzen te legitimeren. Dat past naadloos bij de ingezette kanteling van de zorg in Nederland. Van 'zorgen voor' naar 'zorgen dat'. De afgelopen jaren heb ik namens de VVD Haarlem in de gemeenteraad vorm en inhoud mogen geven aan de uitwerking van die kanteling in Haarlem. En ik ben trots op de resultaten die behaald zijn. Haarlem is hard op weg om een echte liberale stad te worden. Maar we zijn er nog niet en ook het rijksbeleid inzake de zorg (AWBZ, jeugdzorg, participatiewet) is nog niet voltooid. Sterker nog, het verandert voortdurend!
 
Ik zou deze klus graag afmaken in de komende raadsperiode en mijn kennis van het sociale domein, kundigheid als raadslid en compassie voor de medemens en persoonlijk enthousiasme inzetten voor de continuïteit van de VVD en Haarlem. Daarom heb ik me kandidaat gesteld voor de volgende raadsperiode. Mocht u mij (nog) niet kennen, kijk dan eens verder op deze blogsite of op twitter: @wouterrutten.

donderdag 12 september 2013

Uitwerking motie ‘loten’ onder de maat, VVD teleurgesteld in schoolbesturen en Nieuwenburg


In het voorjaar van 2013 werd het duidelijk dat het systeem van toelating van brugklasleerlingen – zoals de schoolbesturen dat hanteren – begon te kraken. De schoolbesturen hanteren namelijk een lotingsysteem. Dat klinkt plausibel. Het kan namelijk best eens voorkomen dat het aantal leerlingen dat zich inschrijft voor een school groter is dan de capaciteit. Dit jaar ging het echter mis. Een aantal leerlingen kon namelijk bijna helemaal niet terecht in Haarlem. 

Samen met coalitiepartner D66 en oppositiepartij CDA verzocht de VVD het college daar een onderzoek naar in te stellen. Een heel eenvoudig onderzoek: vraag de schoolbesturen welke behoefte er is om de capaciteit uit te breiden en onderzoek in hoeverre die eventuele behoefte door de gemeente – die verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting – gefaciliteerd kan worden.

De verantwoordelijke wethouder, Jan Nieuwenburg van de PvdA, heeft inmiddels gerapporteerd aan de raad. En daar is ook alles mee gezegd. De wethouder schrijft doodleuk dat de capaciteit voor 2014-2015 voldoende is en dat de schoolbesturen van mening zijn dat er geen behoefte is aan capaciteitsuitbreiding in Haarlem-Zuid. Het probleem kan simpelweg worden opgelost door minder vmbo-t plekken aan te bieden. Leerlingen die kiezen voor het vmbo-t kunnen immers ook terecht op een zelfstandige vmbo-t school. De VVD is van mening dat het probleem hiermee niet wordt opgelost maar wordt verschoven. Volgend schooljaar zijn het de vmbo-t leerlingen die niet terecht kunnen op de school van hun keuze.

De VVD is het dan ook niet zondermeer eens met het voorstel van wethouder Nieuwenburg om de lotingsregeling zondermeer te verlengen voor het schooljaar 2014-2015. Grootste knelpunt voor de VVD is het feit dat de scholen werken met een wervingsgebied dat veel groter is dan Haarlem. Waarom gaat een Haarlemse school werven in bijvoorbeeld IJmuiden terwijl kinderen uit Haarlem niet op de school van hun keuze terecht kunnen? De VVD vindt dat onzinnig – Haarlemse kinderen moeten in Haarlem op school kunnen,bij voorkeur in hun eigen buurt – en had van de schoolbesturen én Nieuwenburg verwacht met een oplossing te komen die recht doet aan de zorgen van de leerlingen, de ouders én de VVD in Haarlem.  

Onderzoek sluiting Teyler college toont aan dat de samenleving niet maakbaar is. Ouders en kinderen maken zélf de beste keuze.



Uit het onderzoek naar de sluiting van het Teyler dat Platform31 in opdracht van de gemeente Haarlem deed wordt pijnlijk duidelijk dat de poging om een AVO-school in Schalkwijk tot bloei te laten komen naief was en te veel gebaseerd was op wishful thinking. In 1998 lagen er al twee onderzoeksrapporten die constateerden dat de toekomst voor een havo-vwo school in Schalkwijk zeer moeilijk zijn gezien de vele goede andere scholen in Haarlem en gezien het negatieve imago van Schalkwijk dat negatief doorwerkte naar de scholen. De gemeente Haarlem wenste zich daar niet bij neer te leggen. Schalkwijk zou immers opgestoten worden in de vaart der volkeren en er moest een openbare brede mavo-havo-vwo school in Schalkwijk blijven. Dunamare kreeg de opdracht dat te realiseren. In 2006 startte het Teyler College.

Ondanks de toezeggingen van de gemeente aan Dunamare bleek de nieuwbouw van het Teyler College uiteindelijk niet mogelijk, kon Schalkstad niet tot ontwikkeling gebracht worden en lukte het programma ‘Verjonging buurt Schalkwijk’ maar zeer ten dele. Daarnaast stond de gemeente de groei van bestaande, succesvolle, scholen aan de westkant van het Spaarne toe.

Het onderwijsaanbod in Haarlem is zeer gevarieerd en van voldoende niveau. Een nieuwe school zal minimaal duizend leerlingen nodig hebben om levensvatbaar te zijn. Dat is alleen mogelijk als de bestaande scholen met succes ‘beconcurreerd’ kunnen worden en zij niet meer zouden mogen uitbreiden. Ouders en leerlingen hebben echter een eigen, vrije, keuze. En die keuze is duidelijk: voor de leerlingen in Schalkwijk zijn er voldoende opties om goed onderwijs in Haarlem te volgen. Juist het niet goed onderkennen van dit feit is mede aanleiding geweest voor het mislukken van het Teyler College. Het wordt tijd dat iedereen zich realiseert dat de samenleving niet maakbaar is.

De VVD is van mening dat het bestaande voortgezet onderwijs gefaciliteerd moet worden om aan de wensen van alle Haarlemse ouders en leerlingen te voldoen. Tegelijkertijd behoeft Schalkwijk ook vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt speciale aandacht in de vorm van een integraal plan om te voorkomen dat deze wijk een achterstandswijk wordt. Dat betekent in eerste instantie dat het bestaande onderwijs in Schalkwijk versterkt moet worden.

donderdag 22 augustus 2013

Regentesk schoolbestuur zorgt voor Kafkaeske toestand

Een Haarlemse ouder benaderde mij. Er was een probleem op de basisschool van zijn kinderen. Wat was er gebeurd? Op een ouderavond had hij geluidsopnamen gemaakt en een linkje naar die opname gestuurd aan een aantal andere ouders. Goedbedoeld. De school was er echter minder blij mee en meldde zich bij de directeur van de stichting die deze - en vele andere scholen in de regio - bestuurt. De directeur riep de ouder op het matje. De directeur vond namelijk dat de ouder de wet had overtreden. Ja, hij had zelfs iets strafbaars gedaan! Een gesprek volgde. De ouder verweerde zich dapper. Wat hij had gedaan was misschien niet handig geweest, maar strafbaar was het toch zeker niet. Afgesproken werd dat hij zich zou verontschuldigen naar de betrokkenen. Dat was voor de directeur nog niet voldoende, bleek daarna.

Wat volgde is werkelijk Kafkaësk. De directeur treft 'bestuurlijke maatregelen'. Die bestaan eruit dat de kinderen van school zullen worden verwijderd als de ouder zich nog een keer 'ernstig misdraagt' of anderszins de veiligheid van de school in gevaar brengt. Op vragen op grond van welk reglement de directeur tot die beslissing komt en hoe de procedure verloopt komt geen inhoudelijk antwoord. De directeur stelt zich als een ouderwetse regent op: negeert het feit dat in dit land alleen de rechter bepaalt of iets strafbaar is of niet en sanctioneert kinderen die part noch deel hebben aan de kwestie tussen ouder en schoolbestuur op basis van regels die niet bestaan.

Het bovenstaande incident - waarvan ik hoop dat het uniek is - heeft mij helaas wel duidelijk gemaakt dat het slecht gesteld is met het toezicht op de schoolbesturen. De ouder kan nergens terecht met zijn verhaal. De directeur lijkt almachtig. Dat vind ik levensgevaarlijk. Het liefst draaide ik de hele verzelfstandiging van het openbaar onderwijs terug zodat de gemeenteraad weer een rol kan spelen, maar dat is niet reëel. Waar ik me wel voor in zal spannen de komende tijd is een versterking van de 'tegenmacht' van de schoolbesturen (de medezeggenschap). De scholen zijn er voor de kinderen en de ouders. Niet voor machtswellustige regenten.

vrijdag 12 april 2013

Beantwoording vragen over loting brugklassers stelt niet gerust

Dit jaar waren er in de regio Zuid-Kennemerland zo’n 3500 kinderen op zoek naar een middelbare school. De meeste van die kinderen kunnen op de school van hun keuze terecht. De meeste…. want voor de HAVO moest op sommige scholen geloot worden. En tot overmaat van ramp kregen zo’n 25 kinderen te horen dat zij ook op de tweede school van hun keuze niet terecht kunnen. In sommige van gezinnen leidt dat tot heel moeilijke situaties en de fractie is dan ook door veel ouders benaderd. In de raadsvergadering hebben we dan ook vragen gesteld aan onderwijswethouder Nieuwenburg. 

Het probleem is ontstaan omdat er door het aanscherpen van de normen door de middelbare scholen sprake is van een verlaging van het aantal kinderen met Atheneum advies en een verhoging van het aantal kinderen met Havo advies. De werkelijke situatie wijkt dus af van de prognoses waar de scholen mee werkten. Volgens ons was dat al in november/december bekend. Toen werden de voorlopige adviezen werden gegeven door de basisscholen. Deze informatie lijkt niet gebruikt om de verdeling van de plaatsen op de middelbare scholen te bekijken en opnieuw in te delen om te zorgen voor een grotere match tussen vraag en aanbod. Dit heeft tot gevolg gehad dat er onevenredig veel aankomende Havisten zijn uitgeloot en er onevenredig veel open plekken beschikbaar waren op Atheneum bij verschillende scholen in de regio. De wethouder gaat nu evalueren hoe dit precies gelopen is en komt daarmee terug naar de raad. Het vervelende is dat de gemeente helemaal geen invloed heeft op het toelatingsbeleid van de scholen. De scholen gaan daar zelf over. De gemeente coördineert het proces. De VVD vindt dat die coördinatie dan wel góed moet gebeuren en is daar na de bespreking in de gemeenteraad helaas niet van overtuigd. We zullen de antwoorden van de wethouder op onze vragen en die van CDA en D66 nader bestuderen. Wordt vervolgd.
 

Nieuw pleidooi voor Werkhotel voor zwerfjongeren

Na lange tijd sprak de Gemeenteraad weer eens over een specifiek deel van de jongeren: de zwerfjongen. De VVD is geschrokken van het aantal jongeren dat formeel niet dakloos is maar wel de hele dag loopt te zwerven en uit het zicht van instanties verdwijnt. Voor de VVD is het helder: Jongeren zitten op school of zijn aan het werk en voor zwerfjongeren is specifieke aandacht nodig. De gemeente is er helaas nog steeds niet voldoende geslaagd om die aandacht op een acceptabel niveau te krijgen en de oplossing wordt weer gezocht in verder onderzoek. Namens de fractie bracht ik het initiatiefvoorstel van de VVD en Van Hoeijen voor zo’n werkhotel uit 2004 in herinnering – waar ik destijds één van de auteurs van was. Een werkhotel is een combinatie van een woon-, leer- en werktraject.
Het toenmalige college heeft dat concept teruggebracht naar een veel kleinschaliger project: ‘Kamers met Kansen’. De VVD wil dat nog eens serieus gekeken wordt naar het oorspronkelijke concept voor het werkhotel. De andere fracties waren het met ons eens in een raadsbreed aangenomen motie is dat dan ook concreet als opdracht aan het college meegegeven.

Nieuwe Daklozenopvang stap dichterbij!

Voor de opvang van dak- en thuislozen is sinds 2008 toegewerkt naar een unilocatie, waarin de opzet was de huidige losse locaties voor dagopvang (Magdalenaklooster), nachtopvang (Bakenessergracht) en de voorzieningen van Brijder verslavingszorg (methadonpost, gebruiksruimte en inloop) samen te voegen. Na een herhaalde zoektocht naar een geschikte locatie, haalde het college dit plan in mei 2012 van tafel. Er waren bij de gemeenteraad teveel twijfels over de gestelde uitgangspunten en het college had die niet weg kunnen nemen. Inmiddels heeft het college een nieuw plan opgesteld dat gebaseerd is op moderne inzichten ten aanzien van de problematiek. Dat betekent nog steeds dat de dag- en nachtopvang worden samengevoegd maar dat de methadonverstrekking en de inloop voor verslaafden (die niet persé dakloos zijn) apart gehouden wordt. De nieuwe voorziening biedt dan huisvesting met hulpverlening en dagbesteding en is gericht op een zo snel mogelijke doorstroming en maatschappelijk herstel. Om overlast rond de locatie te voorkomen komt er wel een inpandige ruimte voor alcoholgebruik. Daarmee kan ook het drinken op straat en in parken – zoals op het Houtplein – worden tegengegaan.

Voor de fractie van de VVD staat het beperken van de overlast centraal. Dat is te bereiken door het beperken van het aantal verplaatsingen. Dat had dus ook gekund in het concept van de unilocatie zoals dat vorig jaar voorlag, maar in combinatie met de methadonverstrekking leidde dat concept weer tot een (te) grote concentratie die ook weer tot autonome overlast zou kunnen leiden.
Doorslaggevend voor de steun aan dit voorstel van het college is echter de visie dat de opvang zo kort mogelijk – dus gericht op doorstroming – moet zijn. Verslaafdenzorg zoals de methadonpost heeft niets met zo’n opvang te maken. Die maakt onderdeel uit van de verslaafdenzorg