zaterdag 18 december 2010

wmo of emo?

Afgelopen donderdag moest de raad zich uitspreken over de zogenaamde bestuursrapportage. Dat is een update van de begroting. Het college geeft aan waar mee- en tegenvallers zijn en doet voorstellen hoe daarmee moet worden omgegaan. In de rapportage die nu voorlag stond ook het voorstel om het overschot op de WMO (er is minder uitgegeven dan binnengekomen) niet – zoals de afgelopen jaren gebruikelijk – in een aparte WMO-reserve te stoppen maar aan de algemene reserve toe te voegen. De VVD was akkoord met het voorstel van het college. De financiering van de WMO gaat drastisch veranderen en dwingt ons tot fundamentele keuzes. Daar hoort een structurele financiering bij. En niet nog een potje waar we structurele tekorten met incidentele meevallers uit het verleden kunnen dekken. Bovendien was de VVD nog niet vergeten wat er vorig jaar met de WMO-reserve gebeurde. (zie eerdere blog: in een hap was de koek op, februari 2009). Toen werd er immers door de linkse partijen in de raad een greep in de kas gedaan om allerlei losse projectjes die niets met de kern van de WMO te maken hadden te financieren. De discussie over dit onderwerp liep hoog op. De coalitiepartijen VVD en D66 leken recht tegenover GroenLinks en PvdA te staan. Bovendien lag er een motie van de volledige oppositie om de bestaande systematiek (toevoegen aan de WMO-reserve) de komende jaren te continueren. In een schorsing kwam de coalitie gelukkig tot een werkbaar alternatief. Het overschot van 2010 (nog geen 70.000 euro!) wordt toegevoegd aan de WMO-reserve en als de herijking van de WMO zijn beslag krijgt kijken we integraal naar de financiering. Wat mij echter wel verbaasde is het feit dat hier zo emotioneel over gesproken werd. Het gaat om een relatief klein bedrag. Meer een EMO-reserve dus. We moeten het gewoon goed gaan oplossen voor de toekomst. En daar is de VVD ook gewoon bij – ondanks de bijna traditionele suggesties dat de WMO niet in veilige handen bij de VVD is…


30/01/2011 at 13:01

enrst blok zegt:
http://thuiszorghaarlem.wordpress.com/2011/01/29/epistel-ondergang-viva-thuiszorg-haarlem-hulp-bij-het-huishouden-wmo-30-1-2011/

vrijdag 19 november 2010

Waarom ik meeschreeuw om cultuur


Natuurlijk is het goed dat bij bezuinigingen alle sectoren tegen het licht worden gehouden. De kunst- en cultuursector vormt daarop geen uitzondering. Daar kan ook kritisch worden gekeken naar subsidiestromen. Die subsidies worden uiteindelijk door de belastingbetaler opgehoest. En als er één sector in Nederland is die bij tijd en wijle minachting heeft getoond voor die belastingbetaler, is het de cultuursector wel. Maar dat terzijde. Er zijn voor mij twee belangrijke redenen om mee te schreeuwen om cultuur. De eerste is een filosofische. De overheid hoort zich af te vragen op welke terreinen en met welke doeleinden publiek geld moet worden aangewend. Dat kan zijn omdat er sprake is van marktfalen, maar ook omdat iets dusdanig van belang is dat ervoor gezorgd moet worden dat het voor iedereen toegankelijk is, zoals onderwijs. Het kabinet denkt dus dat de cultuursector óf de eigen broek op kan houden óf vindt kunst en cultuur niet van voldoende belang om er overheidsgeld aan te besteden. Ik denk daar anders over en vind de omvang van de bezuinigingen bovendien opmerkelijk als gekeken wordt naar het belang dat kennelijk gehecht wordt aan de sportsector en het geld dat daarin wordt geinvesteerd. Een sector die aanmerkelijk meer mogelijkheden heeft om op eigen benen te staan. Is er dan toch sprake van een 'grote afrekening' vanwege die eerder genoemde minachting? Ik hoop van niet. De cultuursector is de afgelopen jaren in rap tempo verzakelijkt en levert een grote bijdrage aan de economie. En dat brengt mij op de tweede reden om te gaan schreeuwen. Steden met veel cultuur zijn niet alleen populaire en leefbare woonsteden, ze doen het ook economisch beter. Haarlem is daar een goed voorbeeld van. Cultuur en economie gaan er – mede dankzij de inzet van de VVD en de tomeloze inzet van de podia in onze stad – hand in hand. En dat wil ik graag verdedigen.

zaterdag 30 oktober 2010

Grotere rol voor gemeente in onderwijsbeleid!

Ten behoeve van de begrotingsbehandeling liet de gemeente Haarlem een onderzoek onder de bevolking doen. De respondenten werd ook gevraagd om een fictief bedrag aan extra geld te verdelen over negen beleidsvelden. Het grootste deel ging naar onderwijs. En dat is niet zo gek. Want goed onderwijs is een essentiele basis om je later maximaal te kunnen ontplooien. Er is echter één probleem. De gemeente heeft niets te zeggen over het onderwijs. En dat is raar. In een tijd waarin steeds meer taken worden gedecentraliseerd, waarbij van de gemeente een stevige rol in het lokaal onderwijsbeleid wordt verwacht, past zo'n beperkte rol niet langer. Ouders vinden de onderwijskundige visie belangrijk. Maar ook schooltijden, mogelijkheden tot voor- en naschoolsche opvolging en het beleid van de school ten aanzien van zorgleerlingen. De gemeente kan daarover overleggen met de schoolbesturen en een visie uitdragen, maar daar blijft het dan ook bij. De rijksoverheid beoordeelt de scholen en beslist over aanvragen voor van nieuwe scholen. De gemeente mag vervolgens voor veel geld de gebouwen neerzetten. Toch kan het anders. Ik ga dan ook helemaal mee met het voorstel van Werner ten Kate, VVD-wethouder Jeugd en Onderwijs in Lansingerland. Hij bepleit (onder meer) een adviesrecht voor gemeenten als een aanvraag voor het stichten van een school wordt beoordeeld door het ministerie van onderwijs. Maar wat mij betreft kunnen we nog een stap verder gaan en de zeggenschap van de gemeente op het onderwijs vergroten. De burger verwacht het.