zaterdag 25 maart 2017

Versnelling duurzaamheidsprogramma vereist zakelijkere aanpak

Haarlem wil de verduurzaming van de stad versnellen. Een mooi streven. De vraag is echter hoe we dat verkopen. Klimaat en verduurzaming is minder ‘sexy’ dan de Groene idealisten veronderstellen. Als we de ambitie waar willen maken moet er meer gebeuren dan in een tent op de Grote Markt vertellen dat koken op inductie ‘echt wel oké is’.

De boeiendste constatering van 2016 kwam namelijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Slechts 2 procent van de bevolking noemt spontaan woorden als ‘klimaat’, ‘(groene) energie’ of ‘duurzaam’ als gevraagd wordt naar de grootste maatschappelijke problemen. De overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energie, zegt het SCP, is geen urgent vraagstuk in de publieke opinie.

Klimaat en dergelijke zou je het assortiment van Marqt kunnen noemen in het scala van supermarktproducten waar de Haarlemmer uit kan kiezen. Hip en alternatief maar niet te. Groen is charmant en vooral goed voor jezelf. Eigen gezondheid en imago eerst, dan de planeet want dat is toch een stuk abstracter. Eerder groene smoothies dan een extra trui aan en de thermostaat op achttien graden.

Duurzaamheid is een kosmopolitisch onderwerp omdat het gaat over verantwoordelijkheid jegens anderen, elders en straks. Die verantwoordelijkheid ligt bij alle betrokkenen. Hoe krijgen we niet alleen Henk en Ingrid, maar ook Mahmoud en Fatima zover dat ze extra willen investeren voor energiebesparing en op inductie gaan koken? Dat kan alleen door te laten zien dat je portemonnee werkelijk iets heeft aan ‘groen’.

Het groen is er niet voor de elite maar voor de toekomst van iedereen en begint nu en het komt niet vanzelf goed. Vergroenen is minstens zo ingewikkeld als de transitie in het sociale domein. Daarom was ik ook blij met de uitspraken van de nieuwe VVD burgemeester van Den Haag dat het onderwerp klimaatverandering hoort bij de stad van vrede en recht. Dat onderwerp hoort ook bij onze stad. Daarbij is een grote valkuil. En dat is dat het beleid gebouwd wordt op een romantische idealisering van een nieuwe samenleving.

De VVD Haarlem kan goed uit de voeten met ambities van het collega, maar de uitwerking ademt in z'n algemeenheid teveel de eerder genoemde romantische idealisering van de samenleving uit. Als we deze ambitie 2040 willen realiseren is een stevigere aanpak nodig om de burgers van Haarlem mee te krijgen. Met de boodschap dat koken op inductie wél oké is en een tent op de Grote Markt komen we er niet om de 98% die ‘klimaat’, ‘(groene) energie’ of ‘duurzaam’ NIET noemen mee te krijgen in deze ambitie.


vrijdag 5 juni 2015

COC Kennemerland solidair met haar voorlichter Jeroen Boer


Gisteren maakte de fractie van de VVD in de gemeenteraad van Haarlem bekend dat fractielid Jeroen Boer slachtoffer is van discriminatie op grond van zijn geaardheid. COC Kennemerland (waar ik bestuurslid van ben) kent Jeroen, behalve als raadslid, als één van haar gewaardeerde voorlichters. Het is bijzonder wrang dat juist iemand die openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uitkomt en strijdt tegen discriminatie op deze manier bejegend wordt. Het illustreert immers de bittere noodzaak van dit belangrijke werk. Jeroen is in staat om zich te verweren en actie te ondernemen, daarbij gesteund door zijn netwerk. Dat geldt helaas niet voor iedereen. Het COC Kennemerland toont zich daarom niet alleen solidair met Jeroen maar met iedereen die wordt geconfronteerd met discriminatie.

vrijdag 2 mei 2014

Met je burgerinitiatief onder je arm

In hun recente boek Decentraal, de stad als sociaal laboratorium stellen Nico de Boer en Jos van der Lans dat ‘in Nederland is iets eenvoudigs organiseren zo ongeveer het moeilijkste wat er is’. Ze duiden daarmee op belemmeringen in regelgeving, ambtelijke bureaucratie of politieke onmacht die wijk- en buurtinitiatieven tegenkomen. Belemmeringen die ook worden ervaren door Corgo sos in Den Haag. Deze organisatie loopt – ondanks welwillendheid van alle betrokkenen – tegen een situatie aan waarbij ontwikkeling en uitvoering van beleid elkaar kruisen.

Corgo sos (sociaal, ondernemend, solidair) is een burgerinitiatief opgericht vanuit de idee om alleenstaande, allochtone, vrouwen en moeders die rond de armoedegrens leven, op eigen initiatief weer meer plezier in het leven willen hebben. Corgo sos ondersteunt hen van harte om weer ondernemend te worden. De tweedehands winkel van Corgo is bedoeld als een laagdrempelige ontmoetingsplek. Doelstelling is om met de inzet van vrouwen/moeders de opbrengst van de winkel, na aftrek van alle kosten, te gebruiken voor ondersteunende activiteiten voor deze vrouwen/moeders.
De winkel staat dus centraal in het concept van Corgo sos. En dat betekent dat de beschikking over een winkelpand essentieel is. Niet alleen voor het functioneren van het concept, maar ook voor het aantrekken van fondsen. Zo heeft de organisatie een toezegging van de regionale goede doelen stichting Fonds1818, maar die kan niet verzilverd worden zolang er niet over een permanente locatie beschikt kan worden. En daar wringt nou precies de schoen.

Corgo sos startte in een pand dat van de gemeente Den Haag gehuurd werd. Diezelfde gemeente die laaiend enthousiast is over het initiatief omdat het bijdraagt aan een groot aantal doelstellingen op sociaal gebied. De locatie moest echter verlaten worden, omdat vanuit beleidsontwikkeling onroerend goed een hogere huur gevraagd werd. Er zat dus niets anders op dan verhuizen naar een ander pand. Corgo sos zit nu antikraak met een opzegtermijn van twee weken. En dat betekent dus dat de initiatiefnemers en de vrijwilligers elk moment te horen kunnen krijgen dat ze hun burgerinitiatief weer onder hun arm mogen meenemen. Iets eenvoudigs organiseren is inderdaad zo ongeveer het moeilijkste wat er is. Daar moet verandering in komen. Dit soort initiatieven verdient het – een mooie taak voor de nieuwe gemeenteraden en – besturen.